LEESTAFEL



naar overzicht leesstukken

 

VAN MONDRIAAN TOT MONDRIAN
     Amsterdam  Parijs  New York


Nederland telt eigenlijk maar drie schilders: Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan. Of misschien tegenwoordig nog maar één, Van Gogh. Want over hem alleen wordt vrijwel dagelijks in de kranten geschreven, over hem verschijnen nog onophoudelijk boeken.
Maar in de jaren '90 van de afgelopen eeuw hadden we ook Mondriaan nog, met als hoogtepunt het Mondriaanjaar 1994 - waarvoor zelfs een directeur bestond - en de aankoop van Victory Boogie-Woogie voor 80 miljoen, geld van de Nederlandse Bank.
Mondriaan was als schilder in de Haagse School-stijl begonnen en daarmee tot 1907 trouw doorgegaan, met bewondering voor mensen als Weissenbruch en Suze Robertson. En ook Gabriel waardeerde hij. Als broodschilder heeft hij veel kopieën voor de toeristen-industrie gemaakt van diens schilderij "In de maand Juli", een zeer symmetrisch geplaatste poldermolen. Dit motief met zijn "meetkundige" compositie heeft hem, volgens eigen zeggen, nog vaak gediend tot uitgangspunt voor latere experimentele werken.

Piet Mondriaan ging met zijn oom Frits, als die bij hun in Winterswijk op bezoek was, in de omgeving lekker zitten tekenen en schilderen. Oom Frits had in Den Haag een pruikenwinkel, maar was ook een verdienstelijk beroepsschilder. Piet volgde een opleiding tot tekenleraar-technisch tekenaar en illustrator, en ging vervolgens van 1892 tot 1897 naar de Rijks-Akademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam.
Een Haagse School schilder dus. Best op zijn plaats in het Webmuseum MesdagVanCalcar. Afb. 1.
Waar zijn ze uit elkaar geraakt die twee, Mondriaan en de Haagse School?

 

 
Afb. 1. Piet Mondriaan, Schinkelbuurtje in Amsterdam, 1898
Particuliere collectie
 
 

 


Afb. 2. Piet Mondriaan, Weevershuis te Winterswijk
Particuliere collectie

 


perioden
In de ontwikkeling van Mondriaan laten zich vijf stijlperioden aanwijzen die min of meer samenvallen met zijn toenmalige verblijfplaatsen.
Hij bracht zijn jeugd door in Winterswijk, een schilderachtige omgeving. Een uitgelezen plek om landschapschilder te worden. Afb. 2. (In Winterswijk wordt in voorjaar 2013 een museum ter ere van Mondriaan geopend).
Maar Piet was ambitieus. Hij wilde van zijn kunst kunnen leven. Dat vereist bekendheid. Rond 1900 deed hij twee keer een gooi naar de Prix de Rome. Daar golden echter andere maatstaven dan die van het landschapschilderen. Je moest het menselijk lichaam kunnen uitbeelden en bijbelse taferelen. En daar had hij geen vaardigheid in opgedaan. Met als resultaat beide keren een afwijzing. Afb. 3.
Niettemin dateert uit deze periode een competent Portret van een Dame met een heel overtuigende zijden blouse. Afb. 4.
In 1907 kwam Piet Mondriaan in contact met Jan Sluijters en Jan Toorop en hun luminisme, en verloor hij definitief de naieve geneigdheid tot stijlvol vastleggen wat het oog ziet. Dan kan een windmolen ineens bloedrood tegen een blauwe achtergrond afsteken. Afb. 8.



 
  In Frankrijk begonnen in die tijd experimenten met een veel drastischer ingrijpen op de uitbeelding van de zichtbare werkelijkheid: het kubisme. In 1911 besloot Mondriaan, inmiddels tegen de 40, dat hij er zelf bij moest zijn en vertrok hij naar Parijs. Uit die periode stammen de Bloeiende Appelboom (1912) en Pier en Oceaan (1915). Afb. 11 en 12. Hij veranderde ook zijn naam in Mondrian. Gedurende de Eerste Wereldoorlog vond Mondrian het veiliger om weer in Nederland te verblijven.
Ontmoetingen met de schilders Theo van Doesburg en Bart van der Leck leidden in 1917 tot de oprichting van het tijdschrift en de beweging De Stijl, waar zich ook kunstenaars uit andere disciplines bij aansloten. Zoals Gerrit Rietveld. Geen brede volksbeweging. Al gauw had iedereen ruzie met iedereen.
In De Stijl formuleerde Mondrian tussen 1917 en 1919 zijn schilderkundige theorie "Het Neoplasticisme" die hem wereldberoemd maar niet steenrijk zou maken. Hij moest weer bloemen schilderen om brood op de plank te krijgen. Op voorspraak van een invloedrijke kennis heeft hij het geluk gehad een tijd lang een maandgeld van 50 gulden van kunstadviseur Bremmer te ontvangen, in ruil voor enkele schilderijen.
Maar iedereen herkent zijn geometrische vlakverdeling zoals Compositie uit 1921 (Afb. 13).

 
Afb. 3. Piet Mondrian, mededinging
Prix de Rome, naar model,1901



 
 
Afb. 4. Piet Mondriaan, Portret van een dame
Aquarel, 1900, Gemeentemuseum Den Haag
  Na afloop van de oorlog, in 1919, ging Mondriaan opnieuw naar Parijs, om nooit meer in het bekrompen Nederland terug te keren.
Bij de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog zocht hij zijn toevlucht, eerst in Londen, en vervolgens bij het koopkrachtige publiek in New York.
In New York overleed hij in 1944, 71 jaar oud, ongetrouwd. Zijn uurloon lag beneden dat van een huisschilder. De New Yorkse jaren kon hij overleven omdat zijn beste vriend, de schilder Harry Holtzman, de huishuur betaalde. In die laatste periode werden zijn geometrische vlakverdelingen minder star, en heetten zijn schilderijen niet meer "composities". Ze worden genoemd naar zaken uit de directe omgeving van de schilder, zoals New York City II (1942), met als hoogtepunt Victory Boogie-Woogie uit 1944. Dat bracht in dat jaar weliswaar 8000 dollar op (nog niet de 80 miljoen!), maar toen was Mondrian al overleden.
Hij was de laatste 25 jaar van zijn werkzame leven niet meer naar zijn geboorteland teruggekeerd. In 1942 diende hij het verzoek in om genationaliseerd te worden tot Amerikaans staatsburger.

Nederland heeft uiteindelijk maar weinig om trots op te zijn: Van Gogh is beroemd voornamelijk om zijn werk in Frankrijk, en Mondrian om wat hij in Parijs en New York deed. En Nederland durfde pas met Mondriaan te pronken na zijn doorbraak elders.
 
  Een leven van verzet tegen de gevestigde orde. Pamfletten in de politieke strijd voor de christelijke emancipatie nog samen met zijn vader, anarchisme als student in Amsterdam, avant-gardist onder collega-schilders, breken met het protestantse geloof van zijn vader en flirten met de theosofie, voorman in de revolutionaire beweging De Stijl. Als abstracte schilder stond hij op de zwarte lijst van de nazi's.
Wat kunnen we zeggen over het uit elkaar raken van Mondriaan en de Haagse School?
Niet het publiek had genoeg van de molentjes en slootjes van de Haagse School, maar de schilder zelf was er op uitgekeken.
Zijn invloed in de wereld van kunstenaars en ontwerpers is aanzienlijk, tot op de dag van vandaag. Kijk bijvoorbeeld naar enkele illustraties in de NRC van 29 november 2012. Afb. 5. En de jurk ontworpen door Yves Saint Laurent. Afb. 6.
Zelfs een schilderijtitel zoals Pier en Oceaan kon de schrijver Oek de Jong inspireren.
 



 
 
Afb. Afb. 5. Twee illustraties uit de NRC van 29 november 2012 door Ron van Roon,
naar het lijkt geïnspireerd door Mondrian   

kubisme
De jaren van 1911 tot de Eerste Wereldoorlog brengt Mondriaan zoals gezegd door in Parijs. Hij is vooral onder de indruk van het werk van Pablo Picasso en Ferdinand Léger, en beschouwt het kubisme als de ultieme waarheid voor de schilderkunst.
Zijn Bloeiende Appelboom van 1912 is de slotfase van een ontwikkeling. Afb. 9, 10, 11. Langzamerhand verdwijnt het verband met objecten uit de realiteit en worden zijn artistieke voortbrengsels meer abstracte composities, al suggereren de woorden van Pier en Oceaan van 1915 nog wel de bron van zijn inspiratie.
In de doeken van zijn kubistische tijd denken we al bepaalde aspecten te kunnen zien die enkele jaren later opduiken als de grondslagen van zijn volgende stijlperiode.
- het loslaten van de band met het realisme
- het beperkte kleurengamma
- een structuur gevormd door zwarte lijnen
- de reductie tot het platte vlak



 
  De grote idolen Picasso en Léger hebben de herkenbare werkelijkheid niet zo definitief afgezworen.
De kleuren bij Mondrian zijn hier vooral blauw, beige en grijs.
In de natuurlijke omgeving zijn omtrekken nooit zwarte lijnen, zoals in een stripverhaal. Maar het is denkbaar dat de tekenaar in Mondrian hierdoor wordt aangesproken. Ook bij Carl Larsson bijvoorbeeld zie je in zijn aquarellen die zwarte omtrekken. De schelpachtige structuurtjes in Mondrians Appelboom wekken nog de indruk van niveauverschil, maar langzamerhand lijkt ook dat aspect helemaal te verdwijnen.
Wat opvalt in het hele oeuvre van Mondrian is de liefde voor wit. Bijvoorbeeld zijn vrouwenportret Passiebloem uit 1908, en verschillende nogal realistische bloemen uit grotendeels begin twintiger jaren: Witte Chrysanten, Witte Roos, Witte Lelie, het kubistische Pier en Oceaan, en de steeds witte achtergrond van de geometrische composities.

 


Afb. 6. Yves Saint Laurent,
Mondrian-jurk, 1965
   Collectie Rijksmuseum




 
 



Afb. 7. Kik Zeiler, De Herenclub (schilderij 1992). Prominent Nederlands equivalent van een tijdloos, internationaal fenomeen.
V.L.n.r. Duisenberg bankier,Van Mierlo politicus, Schat componist, Hofland journalist, Veltman dichter, Mulisch schrijver, Lammers politicus, De Leeuw musicus, Komrij literator, Van Dam politicus, Spoor journalist, Gruijters politicus, Henneman beeldend kunstenaar.

 

il manifesto
In de jaren rondom 1900 verrezen in het schilders-Parijs bijzonder veel stromingen. Elk café met tien stamgasten kwam al gauw met een manifest.
Overigens, ook Manet zat al 50 jaar eerder in zo'n herenpraatclub, Café de Guerbois Rue des Battignolles, waaronder zijn vrienden Baudelaire, Zola, Renoir, Monet, blijkens twee schilderijen van Henri Fantin-Latour. We hebben sterk de indruk dat zulke gezelschappen van alle tiijden zijn. Afb.7.
Iedereen die wel eens om 10 uur aan een tafeltje in een bedrijfscantine koffie heeft gedronken weet, hoe daar in een kwartiertje alle wereldproblemen opgelost worden, de juiste strafmaat is vastgesteld voor een recente misdaad, hoe dat beslissende doelpunt gisteravond vermeden had kunnen worden. Daar kan nog wel een nieuwe kunstrichting bij. Zeker als er een componist, een dichter, een schrijver of een architect onder de verzamelde heren aanwezig is.
In Frankrijk was na het impressionisme inmiddels al het expressionisme, het pointillisme, het kubisme, het fauvisme zijn kortstondige zegetocht begonnen. Ze lieten diepe sporen achter bij onze aankomende meester Piet Mondrian in het Parijs van 1911, waar kort daarvoor Marinetti met zijn futurisme furore maakte.
In die jaren werden de tien denkbeelden van hieronder verwelkomd in kunst en politiek, de meeste daarvan gepropageerd in Il Manifesto van het Futurisme.

 

 
 





Marinettii moet als kunstenaar een gevoelig instinct gehad hebben waar de future naar toe ging: de slachting van de Eerste Wereldoorlog moest nog komen, net als de atoombom. Het supersonische vliegtuig was nog verre toekomst, en een auto van het merk Baker had volgens een advertentie uit 1913 een maximum-snelheid van 27 km per uur. De hemeltergende verstikkende verstedelijking van de wereld was nog niet goed op gang.
Mondrian, die sterk onder de Haagse School invloed van zijn oom Frits had gestaan, en rond 1905 - 1906 een baan had gehad als wetenschappelijk tekenaar, heeft ook een deel van deze ideeën opgezogen voordat hij met zijn eigen kunsttheorie naar buiten kwam.
Daarbij heeft bovendien het contact met een plaatsgenoot in Laren, Mathieu Schoenmaekers, een rol gespeeld. Deze laatste was mystiek filosoof, en later ook zoiets als hoogleraar aan de Amsterdamse Akademie van Beeldende Kunsten, met "wijsbegeerte als voorconceptie van de kunst".
  !. bewondering voor geweld
2. propaganda voor oorlog
3. afzwering van het verleden
4. verwerpen van kunstacademische waarden
5. omarming van het nationalisme
6. machocultuur
7. minachting jegens de vrouw
8. verheerlijking van het stadsleven
9. ophemelen van de techniek
10.aanbidding van snelheid








 
  Van deze Schoenmaekers heeft Mondrian geleerd dat alle individuele voorwerpen ook algemene abstracte eigenschappen kennen. Zo zijn bijvoorbeeld mensen allemaal individueel verschillend. Maar ze bezitten ook een algemeen mathematisch kenmerk: het lichaam vertoont links-rechts symmetrie (wat ze gemeen hebben trouwens met alle lopende dieren). Zo simpel kan een filosoof dat natuurlijk niet verwoorden. Bij hem heet het:
"De mens is een ontkend heelal. De ontkenning van de relatie van tegendelen die volslagen onvergelijkbaar zijn (wat zich toont aan de asymmetrie van de mens gezien en profil), openbaart zich aan gestaltelijke niet-verscheidenheid, namelijk aan de symmetrie van de menselijke gestalte (de mens gezien en face, als biologische vorm)".
Indrukwekkend, toch?



het neoplasticisme

Zo komt Mondrian tot de basis-uitspraken van zijn Nieuwe Beelding, van zijn Neoplasticisme. In weerbarstig taalgebruik (tijdschrift De Stijl, 1917 - 1919).

1.De nieuwe beelding kan niet gehuld zijn in dàtgene wat het individuele karakteriseert: de natuurlijke vorm en kleur, maar zij moet tot uitdrukking komen in de abstractie van de vorm en de kleur – in de rechte lijn en in de tot bepaaldheid gestelde primaire kleur.
2. In het natuurlijke kunnen we waarnemen dat alle verhouding beheerst wordt door één oerverhouding: die van het uiterste ene en het uiterste andere. De abstracte beelding van verhouding nu beeldt deze oerverhouding in bepaaldheid door tweeheid van stand, welke rechthoekig op elkander is.
3.Het is nodig dat het nieuwe tijdsbewustzijn teniet doet: het verouderde tijdbewustzijn, de overheersing van het individueele, van het natuurlijke (vrouwelijke) element.

Herkent u de maeker?
We denken dat je dit als volgt kunt begrijpen.
Mondrian is hier op zoek naar de essentialia van de afbeelding, de kernwaarden van de schilderkunst. En dat zijn de lijn – met name de rechte lijn. En de primaire kleuren – te weten rood geel blauw.
En verder: de horizontaal en de vertikaal – samen de loodrechte hoek.

 
Afb. 8. Piet Mondriaan, De Rode Molen
1910   Gemeentemuseum Den Haag
(invloed Gabriels In de mand Juli?)
 
  De volgende drie schilderijen van Piet Mondriaan tonen hoe van eenzelfde object, een boom, eerst de kleur en vervolgens de biologische vorm ondergeschikt gemaakt zijn aan de compositie.
(Gemeentemuseum Den Haag)
.



Afb. 9. De rode boom (1909) Luminisme-periode
  De natuurkunde heeft laten zien dat een kleur een electro-magnetische trilling is, steeds met een vaste bijbehorende frequentie. Maar dat het oog dezelfde kleur ook kan gewaarworden wanneer de trilling is opgebouwd als een mengsel van drie basisfrequenties, de "drie primaire kleuren". Voor iedere kleur een mengsel in andere verhouding. Die drie kleuren kunnen de verfstoffen rood, geel en blauw zijn, preciezer gezegd magenta, geel en cyaan. Maar ook rood groen en blauw, zoals de fosfors in een televisiescherm. En in het oog nog weer een ander drietal. Maar steeds drie kleuren. De zintuigelijke werkelijkheid is vervangen door een systeem van verhoudingen en getallen in de beschrijving van het wezen der dingen.
De primaire kleuren zijn dus wezenlijkheden van de schilderkunst , die je ongemengd moet laten, als je niet terug wilt naar het individueel verschillende.
Alle voorwerps-begrenzingen ziet men als lijnen, waarbij de rechte lijn weer de meest fundamentele is.
In de tweede uitspraak stelt Mondrian dat er in de natuur steeds een relatie te zien valt tussen twee uitersten. Hier denken wij bijvoorbeeld aan licht - donker, groot - klein, onder - boven. Zo zijn er in het platte vlak twee lijnen mogelijk die volstrekt elkaars tegendeel zijn, een horizontale en een vertikale lijn. Denk eens aan een weg met een helling erin. Als je daarlangs loopt ga je weliswaar wat omhoog, maar je gaat tegelijk wat vooruit. Maar klim je in een toren, dan ga je alleen maar omhoog en niet vooruit. Dus horizontaal en vertikaal zijn die twee uitersten, in het platte vlak van een schilderij.




 
  In de derde uitspraak formuleert Mondrian, waartegen het Neoplasticisme zich afzet. Het eerste deel van deze uitspraak betreft: de heersende opvatting. Iedere nieuwe stroming zet zich altijd af tegen de gevestigde orde. Het tweede deel rekent af met het individuele. Dat hebben we hierboven al genoemd bij de primaire kleuren. In de derde uitspraak betekent vrouwelijk: de uiterlijke, natuurlijke vorm. Dat staat tegenover manlijk: het wezenlijke. Dat lijkt misogyn, maar dat is beeldspraak net als in de taalkunde: sommige woorden worden manlijk genoemd en andere vrouwelijk. Hoewel, gezien aspect 7 van het futurisme, en de gangbare opvatting dat vrouwen niet schilderen kunnen ...
Overigens, Piet Mondrian had gedurende zijn hele leven omgang met vriendinnen. Maar hij wilde zich niet binden uit vrees voor zijn onafhankelijkheid als schilder.

Mondrian had stap voor stap de "natuur", de vormen uit de reële wereld, achter zich gelaten en pas vanaf 1921 exposeerde hij zijn befaamde composities met puur mathematische elementen: rechte lijnen, vlakken gevuld met primaire kleuren, in overeenstemming met de bovenstaande regels. Afb. 13. Hoewel hij beweert dat zijn schilderijen door intuïtie tot stand zijn gekomen, en hij daarna pas zijn theorie van het neoplasticisme heeft opgesteld, zijn die uitspraken over lijnen en kleuren al uit de jaren 1917 - 1919.

 
Afb. 10. De grijze boom (1912) Kubisme-periode.


 
 
Afb. 11. Bloeiende appelboom (1912) Kubisme-periode
  creatief of volautomatisch
Het moet mogelijk zijn zo'n compositie te creëren met een computer-programma. En inderdaad, er is zelfs een onderzoek geweest waarin proefpersonen moesten raden wat een computercreatie was, en wat een authentiek werk van Mondrian. Men raadde helemaal niet zo vaak goed. Dus een computer kan het ook. Moet dat ook heel aardig kunnen, terwijl een computer geen koeien in de wei kan simuleren.
Als Mondrian tegenwerpt, mijn schilderijen zijn niet berekend, ze zijn via de intuïtie tot stand gekomen, hoe kan hij zich tegen een dergelijk verwijt verdedigen?
Een parallel met de muziek kan dat volgens ons verduidelijken. In de muziek zijn ook veel regels en voorschriften. Bijvoorbeeld een toon kan niet zo maar een willekeurige frequentie hebben. Binnen een octaaf zijn maar 12 tonen, 12 frequenties toegelaten. Een melodie kan niet een willekeurige keuze uit die 12 tonen toestaan, ze moeten passen binnen een toonsoort. Bijvoorbeeld de toonladder van C. En zelfs als alle 12 zouden zijn toegelaten, dan is er weer een regel die eist dat de toonvolgorde vast ligt (seriële twaalftoonsmuziek). Maar ondanks al die regels wordt een muziekstuk niet berekend, het komt uit handen van de componist met inschakeling van zijn intuïtie, invallen, inspiratie, creativiteit.




 
   
Afb. 12. Piet Mondrian, Pier en Oceaan 1915, kubisme-periode
Rijksmuseum Kröller-Müller




 
  Bij een scheppend kunstenaar is er een voortdurende spanning tussen regels en intuïtie.
Het is helemaal niet zo dat een realisme-schilder met zijn ezel voor zijn onderwerp gaat zitten, en dan maar verft wat er te zien is. Zijn hoofd zit boordevol regels, die hij op de academie, de cursus, of bij zijn patroon heeft geleerd. Jarenlang. En als hij zelf een grote meester is, zijn de regels van die leerperiode verdreven door opvattingen: nieuwe regels


Bij die abstracte composities hoor je vaak verontwaardigde museumbezoekers mopperen: dat kan mijn zoontje van vijf ook. De bezoeker constateert dat de technische inbreng, de schildertechniek, uitbeeldingstechniek gering is. Hij onderschat de creatieve kant. Maar hij heeft gelijk: misschien is de creativiteit van zijn zoontje ook groot. Er bestaan geen leermethoden om creativiteit te onderwijzen, dus die hangt net zo min van leeftijd of opleiding af.
Hiermee samenhangend is het probleem van de gestoorde steker. Sommige sociaal zwakke figuren gaan zich te buiten aan jaloerse vernielzucht en bewerken eenvoudig ogende, maar kostbare museumstukken met een aardappelmesje. Zij doorzien niet dat
meestal een rijke schilderijenspeculant die miljoenen heeft geïncasseerd, en maar zelden de kunstenaar zelf (ook Mondrian niet, hij had Victory Boogie Woogie voor 400 dollar voorschot aan zijn kunsthandelaar verkocht). En dat het in hoge mate de kuddegeest van het publiek is, die de prijs heeft opgedreven. Hoe bekender een schilder is, des te meer mensen zijn werk willen zien. En het museum voelt zich gedwongen om kostbare stukken in de collectie te nemen. Met geld van de gemeenschap.


 


Afb. 13. Piet Mondrian, Compositie, 1921
Gemeentemuseum Den Haag

 
 



 





 
 
Afb. 14. Mondrian-type compositie, met computer gecreëerd

 

computer-schilderen
Mensen denken niet alleen dat hun zoontje van vijf een Mondrian-compositie kan schilderen, er zijn ook mensen die denken dat het heel eenvoudig is om een computer zoiets te laten schilderen.
Als je er maar even over nadenkt, zul je inzien dat twee voorschriften (loodrechte lijnen, primaire kleuren) veruit onvoldoende zijn om een Mondrian-compositie te creëren.
- Waar moeten de horizontale en verticale balken lopen, en hoeveel moeten er zijn?
- Waar moeten de drie typen kleurrechthoeken liggen, en hoe groot moeten ze zijn?
- Mogen de kleuren de zwarte balken overdekken?
- Hoe los je conflicten op tussen de positie en de grootte van de kleurvlakken?
Creatieve invallen kun je de computer nog wel meegeven, met een willekeur-generator. Maar niet iedere rangschikking zal even fraai uitpakken. Hier moet het oog van de meester uitkomst bieden. Dat kan je een computer niet leren.

Hieronder zit een knop waarmee u uw computer creaties kunt laten maken zoals hiernaast. De computer plaatst de drie gekleurde vlakken bij iedere poging op willekeurige posities. U zult zien dat het heel vaak niet optimaal is. Maar u kunt doorgaan tot u op een succesvolle combinatie stuit. Dat sluit aan bij de werkwijze van Mondrian die gewend was te experimenteren bijvoorbeeld met verplaatsbare plakstroken.
Uw creaties blijven bestaan tot u ze wegklikt met hun wisvakje, of de computer uitschakelt. "Bewaar" of "save" is in javascript van de browser niet beschikbaar uit veiligheidsoverwegingen. Maar u kunt uw creatie vast leggen als schermfoto (op een Macintosh met shift command 4).






 
  boogie woogie
Piet Mondrian heeft het befaamde werk Victory Boogie-Woogie geschilderd tegen het einde van zijn leven, dat is in het begin van de veertiger jaren van de twintigste eeuw.
Het drong plotseling tot ons door hoe bijzonder het is, als een 70-jarige kennelijk een grote waardering heeft voor een soort muziek die toen in de mode was, maar die vooral de jeugd moet hebben aangesproken. Zijn vrienden wisten wel dat hij inderdaad een jazzliefhebber was. De boogie woogie is jazz met een stuwend ritme. Tegelijkertijd drukt de onverstoorbaarheid van de linkerhand een grote existentiële rust uit. Het is deze tegenstelling die Mondrian moet hebben geboeid – Mondrian wiens werk in kunsthistorische termen "de belichaming is van het evenwicht tussen elementaire tegenstellingen, zowel psychisch als fysiek." Hij heeft, in zijn eigen woorden, geprobeerd ook in een schilderij dynamische beweging met evenwichtige rust te laten harmoniëren.
 
Afb. 15. P. Mondrian, Broadway Boogie-Woogie
1943  Museum of Modern Art, New York




 
  De grootmeesters van de boogie woogie, Albert Ammons, Mead Lux Lewis, Pete Johnson, hadden rond 1940 veel succes onder een breder publiek . Piet Mondrian heeft ze natuurlijk gekend. Hij heeft zelfs meerdere schilderstukken door de boogie woogie laten inspireren: Boogie Woogie – New York, Broadway Boogie-Woogie (Afb. 15), Victory Boogie-Woogie (Afb. 17).
  Een impressie van die boogie woogie muziek kun je in de schilderijen herkennen: de kleurbanden met kleine blokjes op een schilderij zouden het ostinato-ritme van de piano kunnen uitbeelden, en de grote vierkanten de uitbarsting van akkoorden in de melodie.
In het muziekschrift van Garage Band van Apple (afb. 16) wordt de tijdsduur van een noot door lengte op de horizontale balk aangegeven, in analogie met
 
 

Afb. 16. Notenbeeld van het ostinato in de basfiguur van een boogie woogie in het muziekschrift van Garage Band
het geluidsbeeld. De dikke verticale grijze lijntjes geven een kwart van een maat aan, en de dunne een zestiende. De rechthoekige stippen stellen de noten van de piano-basfiguur voor, die zich in een ostinato-ritme herhaalt.
De overeenkomst met de horizontale structuurtjes in het schilderij van Mondrian is frappant.
De kleurvlakjes op de banden van de schilderijen, vooral in afbeelding 17, vertonen variatie in de lengteafmeting, kleur, en uitlijnining, hetgeen sterk bijdraagt aan de levendigheid. Het equivalent daarvan in de boogie woogie baspartij is variatie in de toonduur en kleine afwijkingen van de maat, waarmee het oor onderscheid hoort tussen pianola en levende musicus.
   
 
 


Mondrians laatste schilderij heet dus Victory Boogie-Woogie. Met een klik op onderstaande knop kunt u een grotere afbeelding van het schilderij oproepen, met begeleidingsmuziek. (Even geduld, het laden kost wat tijd). Wat u hoort is "Mondrian Struggle" vrij naar Albert Ammons' Monday Struggle. Als de muziek u niet bevalt, kunt u de luidspreker zacht zetten.




Afb. 17. Piet Mondrian
Victory Boogie-Woogie
Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Blijvend tentoongesteld in
Gemeentemuseum Den Haag





Het lijkt een freudiaanse verspreking als een schilder zijn werk naar een muziekstuk noemt met Victory ervoor. Want daarmee verleent hij de muziek victorie, overwinning op de picturale kunst.
Inderdaad is Mondrian van mening dat een boogie woogie datgene al kan uitdrukken waar hij als schilder moeizaam naar streefde: dynamische beweging in evenwicht.
Zoals hij het zelf verwoordt tijdens een interview:
"True Boogie Woogie I conceive as homogeneous in intention with mine in painting: destruction of melody which is the equivalent of destruction of natural appearance; and construction through the continuous opposition of pure means – dynamic rhythm."
Vergelijk die woorden met basis-uitspraak 3 respectievelijk 2 van het Neoplasticisme.
     
 
  Het is ook nog eens bijzonder dat Mondrian de moed had in het openbaar te erkennen dat zijn lievelingsmuziek niet per sé van Mozart of Beethoven hoefde te komen. Zijn leven lang heeft hij zich durven afzetten tegen het politieke en culturele establishment.


Nu behoort hij zelf met zijn werk, samen met Van Gogh en Rembrandt, precies tot dat establishment, waar je een diepe buiging voor moet maken in ootmoedig conformisme.

Afb. 18. Piet Mondriaan, zelfportret (detail) Gemeentemuseum Den Haag
 
 



Rob en Winky Vetter



bronnen




       
  Ad van der Blom, Nederlandse schilderkunst
Maarten van Bommel e.a., red., Victory Boogie Woogie Uitgepakt
Yve-Alain Bois e.a., Piet Mondriaan – 1994
Jonieke van Es, Meesterwerken uit het Gemeentemuseum Den Haag
Bob van der Goen, Nooit meer Mondriaan
Dolf Hulst, De Haagse School, De Stijl en Mondriaan
R. de Leeuw e.a., Hollandse meesters van de 19de eeuw
Zonder auteurs, Schilderkunst van A tot Z
  Het Gemeentemuseum Den Haag bezit een rijke collectie werken van Mondrian, waarvan een groot deel dankzij een legaat van Salomon Slijper, een geïsoleerde vroege verzamelaar en goede kennis van Piet Mondrian.
Zijn laatste schilderij, Victory Boogie-Woogie, waarvan het museum de langdurige bruikleen heeft, wordt permanent tentoongesteld.

Als u de schilderijen 10 x 10 keer zo groot wilt bewonderen als de schilderijen geciteerd op deze webpagina zult eens een bezoekje aan Den Haag moeten brengen.
 
 


   

www.mesdagvancalcar.nl , 1 februari 2013